INLOGGEN Bel mij terug

Nieuws

Wat als de rente gaat stijgen?

22-05-2013

Sinds 1982 is de rente gestaag gedaald tot een niveau dat zijn weerga in de geschiedenis niet kent. Grote schuldenaren zoals de overheden spinnen er garen bij, terwijl de spaarders zoals de pensioenfondsen steeds verder in de problemen komen. Deze pensioenfondsen moeten namelijk de lage rentestand gebruiken om te berekenen hoeveel geld ze opzij moeten zetten voor hun toekomstige verplichtingen.

Als ik vandaag € 10.000 stort en de rente is 20 jaar lang 2% per jaar, dan heb ik aan het eind van de rit bijna € 15.000. Maar is diezelfde rente 3% per jaar, dan heb ik straks ruim € 18.000.

Bij een dalende rente moeten de pensioenfondsen dus steeds grotere reserves aanhouden om in de toekomst de pensioenen uit te kunnen betalen.

De meningen over de renteontwikkelingen lopen sterk uiteen. Sommigen zien de komende jaren een blijvend lage rente omdat de centrale banken blijven stimuleren en weinig van al dat geld in de reële economie lijkt te komen. Anderen verwachten juist aan de vooravond te staan van de substantiële rentestijging.

In de Verenigde Staten bijvoorbeeld koopt de Centrale Bank per maand $ 85 miljard aan staatsleningen en hypotheekpapier. De regering Obama geeft het geld dus uit en de Centrale Bank levert het geld door de schuldbewijzen (staatsleningen) op te kopen. De bank koopt inmiddels meer leningen op dan dat het begrotingstekort van Amerika groot is. Op deze manier is er een kunstmatige vraag ontstaan naar staatsleningen, waardoor de prijzen kunstmatig zijn gestegen (hoogste niveaus ooit) en dus de rente kunstmatig is gedaald (het laagste niveau ooit). Het rendement op Amerikaanse staatsleningen met een looptijd van 10 jaar is ongeveer 1,8%. Dat ligt onder het inflatiepercentage, zodat er sprake is van een ongewenste negatieve reële rente. In Nederland ligt deze rente op zo’n 1,7%. Omdat de inflatie hoger is, verliest de belegger dus koopkracht. En dan komt er nog eens de 1,2% vermogensrendementsheffing bij.

Volgens het Amerikaanse begrotingsbureau van het congres (CBO) zal de rente op staatsleningen met een looptijd van 10 jaar tegen 2019 gestegen zijn tot boven de 5% en daar ook een paar jaar blijven. In de afgelopen 100 jaar is de rente in Amerika acht keer met meer dan 1,5% gestegen. Stijgende rente betekent dus lagere obligatieprijzen. Deze prijzen daalden in die acht keer gemiddeld tussen de 7% en 24%. Obligaties met een korte looptijd dalen veel minder in koers, dan obligaties met een lange looptijd.

De daling van een obligatiekoers bij een rentestijging hangt af van bijvoorbeeld de looptijd en de mate waarin en de snelheid waarmee de rente stijgt. In plaats van de looptijd wordt er bij voorkeur gekeken naar duration. Dit is een gewogen gemiddelde van de looptijden. De duration is ook een maatstaf voor het effect dat een renteverandering heeft op de koers van een obligatie of portefeuille van obligaties.

Zoals gezegd is het rendement in de VS op 10 jarige staatsleningen zo’n 1,8%. Onlangs was dat nog 1,58%. In de beleggerswereld gaat men er vaak van uit dat alles uiteindelijk terug gaat naar het gemiddelde. Net zo goed als de rente begin jaren tachtig van de vorige eeuw op een recordhoogte stond, staan ze nu op een recorddiepte. Uiteindelijk zullen ze weer het gemiddelde passeren, en dat gemiddelde is bijna het dubbele van het huidige rendement. Wanneer de rente verdubbelt betekent dit geenszins dat de prijs van een obligatie halveert. Als zo’n ontwikkeling geleidelijk gaat, dan zal de portefeuille 20% in waarde verliezen. Gaat de ontwikkeling sneller, bijvoorbeeld in vijf jaar, dan is het verlies 25%. Bij een looptijd van bijvoorbeeld 30 jaar is het nog dramatischer. Een rentestijging van 1% kan, afhankelijk van tijdstip en snelheid, een koersdaling van 30% teweegbrengen. En een rentestijging van 2% kan een koersdaling van 40% bewerkstelligen.

Uiteraard, als iemand een portefeuille tot het einde van de looptijd vasthoudt, krijgt deze de volledige nominale waarde terug betaald. Dat is mooi als de koers laag staat, maar veel beleggers hebben een fikse koerswinst op de obligaties.  Zo noteert een Nederlandse staatslening met een coupon van 3,25% en een afloopdatum van 2021 een koers van 115,65. Wat er ook met de rente gebeurt, in 2021 betaalt de Nederlandse staat niet meer dan 100. Ook al blijft de rente onveranderd, dan nog zal de prijs dalen naar 100. Stijgt de rente behoorlijk en ook nog eens snel, dan daalt de koers onder de 100.

Obligaties zijn niet langer de veilige havens die ze eens waren. Door de acties van de centrale banken is er nu weer een bubbel in de obligaties ontstaan. Die bubbel wordt pijnlijk zichtbaar als je ziet dat in de afgelopen drie kalenderjaren Amerikaanse beleggers meer dan $ 1000 miljard belegd hebben in obligatiebeleggingsfondsen. In diezelfde periode ging er per saldo $ 182 miljard uit de aandelenfondsen. Het tempo neemt niet af, want onlangs werd er bijna $ 19 miljard in een maand in obligatiebeleggingsfondsen geïnvesteerd. Die vraag van de beleggers komt dus bovenop de vraag van de Centrale Bank. En dan gebeurt hetzelfde in Engeland, Europa en Japan.

Ten slotte betekent de extreem lage rente niet alleen magere vergoeding voor het uitlenen van het geld, maar ook een magere risicopremie voor een eventuele insolventie van overheden.

Al met al veel uitdagingen voor een vergoeding van slechts 1,7% per jaar.