INLOGGEN Bel mij terug

Nieuws

Nietsdoen kan duur uitpakken bij woekerpolis

26-02-2013
‘Ontwoekeren’ vraagt om een groot 
door­zettingsvermogen en een uiterst kritische blik op het geboden advies.

Toen Martine Brandt en haar man zich in 2005 verdiepten in de waarde van hun Generali-beleggingspolis was het schrikken. Van het ingelegde geld, zo’n €?8000, was nog maar iets meer dan de helft over. Duidelijk was dat het voorgespiegelde rendement aan het eind van de looptijd niet zou worden gehaald. Door gebrek aan kennis en tegenwerking van de maatschappij lieten ze het erbij zitten. Wel maakten ze de polis premievrij. Toen de omvang van de woekerpolisaffaire duidelijk werd, besefte Brandt dat de beleggingsverzekering een woekerpolis was. Door de hoge kosten bouwden ze geen vermogen op, maar teerden ze in op het opgebouwde vermogen. Toen de polis uiteindelijk werd stopgezet, resteerde nog maar €?3100.

Brandt herkent nog een woekerpolis in haar bezit: de aan de hypotheek gekoppelde beleggingspolis. De tussenpersoon geeft aantoonbaar fout advies over de afkoop, maar Brandt volhardt en regelt alles rechtstreeks met de verzekeringsmaatschappij. Ze is een van de weinigen. Sinds de jaren negentig zijn er zo’n 7 miljoen polissen verkocht. Op basis van consumentenonderzoek weet toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) dat veel consumenten met een woekerpolis niet in actie komen. Zij laten de polissen gewoon doorlopen, zelfs nu bekend is dat door de hoge kosten en slechte beleggingsresultaten de voorgespiegelde rendementen onbereikbaar zijn.

Een probleem, vindt de AFM, want dit kan bij consumenten op termijn tot grote financiële tekorten leiden. De polis was immers bedoeld om vermogen op te bouwen, bijvoorbeeld voor pensioen of de studie van de kinderen.

Niet gratis

Wat te doen met de woekerpolis. Er zijn vier opties: de woekerpolis afkopen, premievrij maken, wijzigen of overstappen naar een ander product. Niet alleen financiële,  ook fiscale overwegingen en de situatie van de klant spelen een rol. Een adviseur kan helpen, maar het feit dat voor dit advies opnieuw moet worden betaald stuit veel ­polishouders tegen de borst.

Woordvoerder Martijn Pols van AFM benadrukt dat het toch verstandig is contact op te nemen met de adviseur die de polis heeft verkocht. ‘Die kan dan helpen met een zogeheten hersteladvies’, legt hij uit. ‘Dat advies is kosteloos. Ik zeg met opzet niet “gratis”, want voor het advies is al betaald via de provisie op de polis.’ Pols verwacht dat veel adviseurs hun best zullen doen om de klant goed te adviseren. De AFM heeft bovendien bepaald waar een kosteloos hersteladvies aan moet voldoen.

Volgens Ramón Wernsen, ­financieel planner verbonden aan  Persist Global Wealth Management, is het voor de consument  moeilijk om het onderscheid te maken tussen hersteladvies en nieuw advies. Van dat laatste is sprake als er een wijziging is in de situatie van de klant. Voor een nieuw advies moet wel worden betaald. Wernsen: ‘In een herstel­advies wordt bepaald of het oorspronkelijke doel, bijvoorbeeld een goed pensioen, haalbaar is. Maar de meeste polissen zijn jaren geleden afgesloten. In de tussentijd is de situatie van de klant natuurlijk gewijzigd. Het aanpassen van de polis wordt dan verpakt in een nieuw advies waarvoor de klant moet betalen. Dat is zuur.’

Fiscale gevolgen

Afkoop van de polis kan meestal zonder bijkomende kosten. Wel is het zaak rekening te houden met eventuele fiscale gevolgen, afhankelijk van de soort polis. Bij een lijfrenteverzekering bijvoorbeeld waarvan de premies zijn afgetrokken, kan de polis direct tegen een hoog tarief worden belast.

Bij een polis die is gekoppeld aan een hypotheek, moet de hypotheekgever toestemming geven om de verzekering te wijzigen. Deze kan eisen dat er op een andere manier vermogen wordt opgebouwd. Ook kan het zijn dat een garantie het aantrekkelijker maakt de polis te laten doorlopen.

Een alternatief is premievrij maken: de klant stopt met storten van premie en de polis loopt door tot de einddatum. Verder bieden verzekeraars klanten de mogelijkheid kosteloos over te stappen naar een beter product. Vaak zijn de kosten van zo’n nieuw product lager en kan uit meer beleggingen worden gekozen.

Volgens financieel planner Wernsen is het mogelijk op jaarbasis de helft aan kosten te besparen door bijvoorbeeld gebruik te maken van goedkopere indexfondsen. Bovendien zijn consumenten in de nieuwe producten veel minder geld kwijt aan hun overlijdensrisicodekking, mits zij  goed gezond zijn op het moment van overstappen.

‘Als de overgang voldoet aan bepaalde voorwaarden, kan dit zonder fiscale consequenties, oftewel fiscaal geruisloos’, legt Wernsen uit. Zo mag het geld uit de polis niet op een betaalrekening gestort worden, maar moet het direct naar de nieuwe verzekeraar, bank of beleggingsinstelling worden overgeboekt.

Kosten

Het overstappen naar een nieuw product valt onder de regels voor het hersteladvies. Adviseurs mogen hier geen advieskosten voor berekenen aan bestaande klanten met een woekerpolis.

Bij premievrij maken of laten doorlopen van de polis kunnen de kosten, ondanks het invoeren van de zogeheten Wabeke-norm, nog steeds een flink deel van de inleg opsouperen. In 2008 deed de financiële ombudsman Jan Wolter Wabeke een aanbeveling voor een maximaal kostenniveau van 2,45% of 2,85%, voor polissen met een jaarinleg van respectievelijk meer of minder dan €?1200.

Het venijn zit in het feit dat de norm verzekeraars toestaat de kosten jaarlijks te berekenen over de opgebouwde waarde. Deze kunnen daardoor gedurende de looptijd oplopen tot wel 40% van de waarde. Als de waarde van de polis toeneemt, stijgen bovendien de kosten. Opnames van het televisieprogramma Radar uit dat jaar laten zien dat ook ombudsman Wabeke zelf de werkelijke impact van de regeling niet doorgrondt.

De Wabeke-norm ligt ook ten grondslag aan de compensatie­regeling die de Stichting Verliespolis en de Stichting Woekerpolis Claim met veel verzekeraars zijn overeengekomen. Zij vertegenwoordigen gedupeerde polishouders, maar er is veel kritiek op de omvang van de compensatie. Kern van de regeling is dat de polis wordt gecorrigeerd voor de te veel betaalde kosten. Er wordt vervolgens gedaan alsof met dit geld ook zou zijn belegd. Het extra rendement wordt toegevoegd aan de opgebouwde waarde in de polis.

Ontwoekeraars

Wie niets doet, riskeert in te teren op de opgebouwde waarde in de polis. Een adviseur kan helpen de fiscale consequenties in kaart te brengen. De zelfbenoemde ontwoekerspecialisten zijn niet altijd de beste keuze. Sommigen benaderen mensen lukraak telefonisch, merkt de AFM. ‘Met 7 miljoen verkochte polissen is de kans groot dat je iemand treft die zo’n polis heeft’, zegt Pols. ‘De AFM heeft circa twintig ontwoekeraars op de radar. Er is vooral veel onduidelijkheid over de kosten. Het komt voor dat een adviseur na één gesprek een factuur stuurt voor zeven verzekeringsadviezen à €?400 per stuk.’ Pols adviseert consumenten een kritische houding als ze worden benaderd. ‘Leg in ieder geval afspraken over de geboden dienst en de kosten vast.’

Voormalig woekerpolishouder Martine Brandt is ondanks de moeite die het kostte om de polis te doorgronden en af te wikkelen, blij dat ze het zelf heeft uitgezocht. Ze wijdde er een feuilleton aan op haar weblog spaarcentje.blogspot.com. Een blog dat ze ooit startte toen een chronische ziekte een kritische blik op de financiën nodig maakte. Het ontwoekerfeuilleton behoort tot de meest gelezen stukken, zo tonen de blogstatistieken. In de reacties delen bezoekers hun ervaringen met het ontwoekeren en adviseurs. Brandt moedigt zelf doen aan. ‘Pak gewoon de papieren en kijk hoe je ervoor staat. Als je afstevent op veel minder dan het voorgespiegelde kapitaal, moet je in actie komen.’