INLOGGEN Bel mij terug

Nieuws

Genoeg reden om optimistisch te zijn

25-06-2013

In de afgelopen weken werd de markt sterk beïnvloed door de voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank, Ben Bernanke, en de neerwaartse bijstelling van de Chinese groeiprognoses. De markt reageerde heftig op het vooruitzicht dat de Federal Reserve (Fed) op termijn gaat stoppen met de monetaire verruiming (quantitative easing), iets dat niet geheel als een verrassing kan komen. Dat ieder nadeel ook een voordeel kent, blijkt wel uit het feit dat het de Amerikanen economisch mee moet zitten,  alvorens de Fed daadwerkelijk haar steunprogramma’s gaat afbouwen. Dat afbouwen zal in de tweede helft van dit jaar beginnen als de economische omstandigheden het toelaten. Wanneer begin volgend jaar de Amerikaanse werkloosheid tot 7% is gedaald, dan stopt het programma volgende zomer in z’n geheel. Dus gaande weg moet of de Amerikaanse economie een stuk verbeteren of de Fed blijft geld in het systeem pompen. Beide variabelen moeten positief zijn voor de aandelenmarkt. Bovendien zal het programma geleidelijk worden afgebouwd, hetgeen betekent dat men stilaan minder tot uiteindelijk geen staatsleningen meer opkoopt. Dat houdt niet in dat de Fed actief afscheid gaat nemen van de staatsobligaties die ze al eerder heeft opgekocht.Inmiddels is de marktrente al wat opgelopen en na het beëindigen van de monetaire verruiming zal de rente verder opschuiven naar het historisch gemiddelde.

Intussen stelde Goldman Sachs ook haar verwachting voor de Chinese economie naar beneden bij van een groei van 7,8% naar 7,4%. Maar diezelfde Goldman Sachs heeft ook de groeiverwachting voor bijvoorbeeld Europa, Rusland en Turkije naar beneden bij gesteld terwijl zij de groeiverwachtingen voor Japan hebben opgewaardeerd evenals die voor de Verenigde Staten voor volgend jaar. Het herstel van de Amerikaanse economie lijkt gaandeweg te accelereren. Voor dit jaar ziet men een groei van 2,3% en voor volgend jaar van 2,8%. Die groeiverwachtingen van Goldman Sachs komen overeen met de Fed, en zitten beduidend boven de marktconsensus terwijl de groeitekenen duidelijk waarneembaar zijn in bijvoorbeeld de huizensector en het consumentenvertrouwen.

De Japanse aandelenmarkt is substantieel gestegen sinds de zogenaamde Abenomics (stimuleringsmaatregelen vernoemd naar de Japanse Premier) wordt toegepast. Sinds november vorig jaar steeg de markt daar met 80%, echter vanaf de top is de markt weer met bijna 20% gedaald. Inmiddels zijn Japanse beleggers (lees spaarders) druk doende hun tegoeden te heralloceren. Hoe meer de regering erin slaagt inflatie aan te wakkeren, hoe meer de Japanners behoefte hebben aan alternatieven zoals aandelen. Ook is zichtbaar dat ze per saldo hun Amerikaanse obligaties verkopen. Ondanks de hogere niveaus van de Japanse aandelen, blijven deze aandelen aantrekkelijk (per slot van rekening is de Yen ook een stuk in waarde gedaald, dus is de stijging gedeeltelijk een compensatie voor de zwakke valuta). Deze zwakke Yen doet wonderen voor de concurrentiepositie van het Japanse bedrijfsleven.

Volgens value-beleggers zijn de Japanse aandelen nog steeds ondergewaardeerd in historisch perspectief. Ten slotte staat haar aandelenindex nog steeds 60% onder het record niveau van 1989. Een aantrekkende Amerikaanse economie, zal ook gunstig zijn voor zowel Europa maar ook Japan. Als de gewenste inflatie zich in Japan manifesteert zullen de rentes daar ook verder gaan stijgen. Alle reden om optimistische te zijn op de Japanse aandelen en flauw op de Japanse obligaties (evenals de meeste andere obligaties). Ook Europese aandelen lijken ondergewaardeerd, zeker die van landen zoals Frankrijk en Spanje. De recente daling was de grootste in de afgelopen achttien maanden, hetgeen volgens sommige analisten een mooie koopgelegenheid betekent.

De steunmaatregelen in Amerika mogen dan op termijn stoppen, maar dat geldt natuurlijk ook voor de centrale banken in Europa en Japan. Maar voorlopig doen ze alle drie nog alles “what it takes”.