INLOGGEN Bel mij terug

Nieuws

De impact van de lage olieprijs

25-11-2014

Sinds afgelopen zomer is de olieprijs met meer dan 26% gedaald, een fenomeen dat zich ook in 2008 en in 2011 voordeed. Dit maal lijkt het allemaal structureler van aard, omdat de productie van olie en gas in de Verenigde Staten alleen maar toeneemt en de andere olieproducerende landen hun productie niet willen of kunnen verminderen. 

Daar komt bij dat de Europese economie nauwelijks groeit en de groei van de Chinese economie naar beneden is bijgesteld, wat inhoudt dat de consumptieve groei achterblijft bij de productie. De Amerikaanse groei is weliswaar robuust, maar sinds 2000 missen daar de milieumaatregelen hun effect niet. Elektrische auto’s, zuinigere motoren, alternatieve energiebronnen en aardgas doen de vraag naar olie blijvend verminderen.

De Amerikaanse olieproductie is over de afgelopen drie jaar met gemiddeld 1 miljoen vaten per dag gegroeid en zal naar verwachting volgend jaar opnieuw met 750.000 vaten per dag toenemen. In het verleden grepen de OPEC leden nog wel eens in om de prijzen op peil te houden, maar landen als Venezuela, Irak, Iran, Algerije enz. zijn niet bij machte om productie op te geven. Hun hele economie is gestoeld op deze olie-inkomsten. Sterker nog, de lage prijzen maakt de verleiding alleen nog maar groter om juist iets meer te produceren. Op 27 november komt de OPEC wederom bij elkaar en alle leden zullen de Saoedische delegatie (tevergeefs) vragen om hun productie fors in te dammen. Al zou Saoedi-Arabië het willen, ze weten uit ervaring dat hun macht inmiddels beperkt is. Om enige impact te hebben zouden ze enkele miljoenen vaten per dag minder moeten produceren en dat is te veel van het goede.

De Russische economie was voor haar economische groei altijd al afhankelijk van de olie- en gasproductie, maar door de sancties is deze afhankelijkheid alleen nog maar groter geworden. Voor de begroting van 2015 heeft de regering Poetin rekening gehouden met een olieprijs van $ 100 per vat. Dat de prijs inmiddels substantieel lager is deert de Russen minder dan op het eerste oog lijkt. Voor de begroting is namelijk rekening gehouden met een roebel/dollar koers van 3700 roebel per dollar. De Olieprijs is weliswaar fors gedaald, maar de koers van de roebel ook. Dus in roebels valt de schade mee en zal het tekort volgend jaar misschien op 1% van het BNP uitkomen. Uiteraard is het lange termijn effect negatief.

Er zijn natuurlijk een groot aantal landen en bedrijven die profiteren van de lage olieprijs. Bijvoorbeeld India. Het grootste importproduct in India is olie. Een lagere olieprijs is goed voor hun handelsbalans, helpt de Indiase inflatie verder te verlagen en verkleint hun begrotingstekort. De agrarische sector is namelijk een intensieve gebruiker van olie (irrigatiepompen, transport en vooral kunstmest). De Indiase overheid hoeft nu aanzienlijk minder subsidies te verstrekken op diesel en kunstmest. Bijkomend voordeel is dat de lagere inflatie, wat betekent dat de rente ook kan dalen.

Volgens de International Energy Agency gaven overheden in met name de ontwikkelingslanden in totaal $ 550 miljard per jaar aan subsidies uit op energie. Door de prijsdaling zal dit dalen naar $ 400 miljard. Hopelijk grijpen de overheden de kans om de subsidies af te bouwen. Zo geeft de Egyptische regering een onhoudbare 6,5% van het Bruto Nationaal Product uit aan energiesubsidies.

Een land als Venezuela had al de nodige economische problemen, en dat is alleen maar erger worden. Vorig jaar was het begrotingstekort al 17% van het BNP. Zoals zoveel landen dat al geprobeerd hebben, heeft de overheid gewoon geld bijgedrukt om dit tekort te dekken. Daarom is de inflatie gestegen tot 60%. Een bankroet van Venezuela lijkt onafwendbaar, waardoor het land een aantal andere Caribische landen in haar kielzorg zal meeslepen.

De lage prijzen kunnen voor President Obama niet op een gunstiger moment komen. Door de crises van de laatste jaren heeft met name de middenklasse financieel averij opgelopen. Voor de laagste en middelste inkomensgroepen betekent een lagere prijs aan de pomp een directe stimulans. Een prijs van $ 80 per vat heeft in de VS hetzelfde effect als een stimuleringsmaatregel van $ 1,8 miljard per dag. Uiteraard zijn er sectoren in bijvoorbeeld Texas die nadelige gevolgen ondervinden, maar deze wegen niet op tegen de voordelen. Wanneer de olieprijs echt blijvend onder de $ 80 per vat gaat zakken, zal dit de olieproductie in de VS schaden omdat de kostprijs niet ver van dat niveau afligt.

Ook voor de Japanse economie is een lage olieprijs gunstig, aangezien het land een enorme netto importeur is. Keerzijde van de medaille is dat de lage prijs nog meer deflatoire druk betekent.

Al met al kan de wereldeconomie met een extra 0,5% groeien als de prijzen zich op deze niveaus blijven handhaven.