INLOGGEN Bel mij terug

Nieuws

De dollar op een keerpunt

23-10-2012

Iedere keer als een centrale bank aankondigt de geldkraan weer flink open te draaien (dicht draaien hebben we al een generatie niet meer meegemaakt), worden de verwachtingen voor valutakoersen bijgesteld. Na de jongste ronde monetaire financiering (QE3) van de Amerikaanse Federal Reserve werden door sommige analisten de dollarverwachtingen weer aangepast. Per slot van rekening betekent meer dollars in omloop een lagere waarde, althans volgens het schoolboekje. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor de euro. Meer euro’s in omloop betekent een lagere koers. Echter meer dollars en meer euro’s in omloop, kan de boel aardig in evenwicht houden.

De QE3 berichtgeving was voor Barclays Bank aanleiding om te verwachten dat aan het eind van dit jaar de euro/dollar niet op 1.20 staat, maar op 1.35. Volgens Bloomberg is de gemiddelde eindejaarsverwachting inmiddels gestegen van 1.23 naar 1.26. Overigens staat de koers nu bijna 4% boven die 1.26.

Zoals gezegd zijn aan beide kanten van de oceaan de centrale banken druk bezig in de monetaire markten. Wat dat betreft ontloopt dat elkaar niet. Wat wel uit de pas loopt zijn de groeicijfers. De aanhoudende crisis in Europa en het gebrek aan een structurele en, belangrijker nog, een eensgezinde oplossing zal druk zetten op deze groei. Voor 2013 heeft de economische motor van Europa – Duitsland – haar groeiverwachtingen naar beneden bijgesteld van 1,6% naar 1%. Voor het gehele jaar 2013 verwacht het IMF zo’n 0,7% groei voor de eurozone.

Een dergelijke groei valt nog maar te bezien. We zien dat de Zuid Europese landen niet aan hun bezuinigingsdoelstellingen kunnen voldoen. De neerwaartse spiraal lijkt vooralsnog niet te stoppen. De bezuinigingen leiden tot economische krimp, waardoor de belastinginkomsten weer tegenvallen en de tekorten weer groter uitvallen dan gevreesd. Zo werd deze week bekend dat het tekort van Griekenland weer 0,3% hoger uit is gekomen en de staatsschuld weer 5% van het bruto binnenlands product meer is. Hetzelfde zien we in Spanje, Italië enz. Al met al moeten we serieus rekening houden met een economische krimp in de eurozone volgend jaar.

Anders is het in de Verenigde Staten. Hun economie zal zowel dit en volgend jaar met gemiddeld zo’n 2% groeien. Een jarenlang verschil van 2% of meer in de economische groei moet vroeger of later in de koers van de onderliggende munt tot uiting komen.

Het onvermogen van landen als Griekenland en Spanje om het tij te keren zal de koers van de euro schaden. De eurokoers is voor deze landen gewoon te hoog om concurrerend genoeg te worden. Meer bezuinigingen zal de sociale onrust verder aanwakkeren en de deur van een exit uit de euro in zicht brengen.

Zelfs als de politici in staat zijn supranationale toezichthouders voor het bank- en verzekeringswezen in het leven te roepen, rijst de vraag of het niet too little too late is.

Daar komt het risico bij dat er meer en meer fricties ontstaan tussen de landen die de grootste problemen hebben en de landen die de grootste bijdragen moeten betalen aan een oplossing. Mevrouw Merkel doet wat strikt nodig is, maar lijkt zoveel mogelijk op de rem te staan. Uiteraard heeft ze daarbij het belang van Duitsland in het oog, maar ook de electorale gevolgen van een te genereus gebaar.

De dollar is zeker geen reflectie van een door en door financieel gezond Amerika.  Deels heeft de VS dezelfde problemen (tekorten), echter die worden de beleggers anders  gepercipieerd.

Wij houden er toch terdege mee dat we volgend jaar een euro/dollar koers van 1 op 1 zien.