INLOGGEN Bel mij terug

Nieuws

Beleggen volgens de groei of waarde stijl?

19-09-2011

De twee meest besproken beleggingsstijlen zijn groei en waarde (value). Groei wordt o.a. gekarakteriseerd door de focus op groeiende omzet en winsten en/of groeimogelijkheden van de onderliggende bedrijven. Waarde daarentegen richt zich met name op de discrepantie tussen de beurswaarde en de intrinsieke waarde van een bedrijf. Waardebeleggers geloven dat de beurs van tijd tot tijd ten prooi valt aan emoties zoals angst en hebzucht, waarbij de aandelenkoers (substantieel) boven of onder deze intrinsieke waarde terecht kan komen.

De stijlen kunnen beduidend in rendement variëren, afhankelijk van de periode die bekeken wordt. Zo handelen op de Amerikaanse beurs twee I-shares, te weten de S&P 500 Growth Index Fund (groei) en de S&P 500 Value Index Fund (waarde). Over de afgelopen vijf jaar heeft het waarde index fonds het beduidend slechter gedaan dan het groei index fonds, het cumulatieve verschil is maar liefst 25%. Uiteraard zijn er ook perioden dat waarde een beter rendement bood, bijvoorbeeld in 2000. De groeiaandelen (US Russell 3000 growth stocks) daalden toen gemiddeld met 22%, terwijl de valueaandelengeldsmijten (US Russell 3000 value stocks) met 8% stegen.

De beide stijlen bewegen in een soort golfbewegingen en zullen elkaar in bepaalde perioden niet veel ontlopen, alhoewel op de lange termijn waarde het gemiddeld beter doet dan groei (gemiddeld 2,2% per jaar). De groeistijl kan evenwel aanmerkelijk hectischer bewegen. In de periode van 1979 tot en met 2000 bijvoorbeeld heeft groei het beter gedaan dan waarde. Dit was met name te danken aan de .com bubbel die eind jaren negentig ontstond. Als we de twee stijlen vergelijken over de periode van 1979 tot en met 2002, dan deed waarde het een stuk beter. Dit werd mede veroorzaakt door het uiteenspatten van deze zelfde .com bubbel.

De scheidslijn tussen groei en waarde is niet altijd scherp te trekken. Een mooi voorbeeld is het aandeel Intel. De ontwikkeling van haar winst en omzet over de afgelopen paar jaar doet eerder denken aan een groeiaandeel, terwijl de huidige balans, koers en cashflow meer weg heeft van een waardeaandeel. Hetzelfde geldt voor de technologiefondsen Microsoft, IBM en Hewlett Packard. Deze vier bedrijven hebben bijna $ 100 miljard cash op de plank, een koers/winstverhouding van rond de 9, een dividendrendement van rond de 2% en gemiddeld een jaarlijkse groei van 13% over de afgelopen vijf jaar.

Al enige tijd verwachten analisten dat de tijd voor waardeaandelen lijkt aangebroken, dat beleggers weer aangetrokken zullen worden door sterke balansen, aantrekkelijke dividenden en lage waarderingen. Maar daar is tot op heden nog niet veel van te merken. Toch kan dit moment sneller aanbreken dan we denken. Door de extreem en historisch lage rente beginnen dividenden steeds meer te lonken. Daar komt bij dat door de recente koersdalingen dividendrendementen helemaal aantrekkelijk zijn geworden.

De aandelen staan de laatste maanden extra onder druk omdat naast de angst voor alle schuldenlasten van de overheden en financiële instellingen, beleggers bang zijn voor een nieuwe recessie. Tussen 1969 en de recente financiële crisis, zijn er zeven recessies geweest, die meer dan zes maanden hebben geduurd. Gemiddeld daalden de groeiaandelen met 0,8% in het jaar van de recessie, terwijl de waardeaandelen met gemiddeld 3,1% stegen. In vijf van de zeven recessiejaren verloren groeiaandelen geld, terwijl de valueaandelen in twee van de zeven jaren minnen noteerden.

Kijken we naar de geschiedenis, dan valt op dat aandelen het doorgaans beter doen in het derde en vierde ambtsjaar van een Presidentiële termijn. Daar lijkt 2011 een vette uitzondering op te worden (derde jaar ambtstermijn President Obama), maar in dit verband is het misschien nog interessanter dat doorgaans valueaandelen het beste presteren in het vierde jaar van de Presidentiele ambtstermijn (2012) in relatie tot de groeiaandelen.

Na een jarenlange underperformance van de waardeaandelen, lijkt de uitgangspositie van deze stijl voor de voorzienbare toekomst beter dan die van groei.